Dankbaar

Mijn voornemen was om de stukjes over mijn scheiding op deze blog niet te luchtig te maken. Dat doe ik in het dagelijkse leven al meer dan genoeg. Ik maak mensen niet graag oncomfortabel. Of verdrietig. Maar als je op deze site komt, dan lijkt me dat je aan de titel en beschrijving wel door hebt waar het onderwerp over gaat. En dus voel ik mij ook wat vrijer om wat zwaardere kost op deze plaats (en op jullie ;)) los te laten.

Maar hier wel een wat luchtiger stuk. Ook om te laten weten waar ik NU sta. Toch ook om eventuele bezorgde lezers wat gerust te stellen. Dat jullie weten dat ik de eerste (hele zware) fases van rouw door ben. En dat het eigenlijk wel gewoon goed met me gaat. Goed genoeg in ieder geval.

En ik ben dankbaar. Oh, oh, oh lieve mensen, wat ben ik dankbaar. Dankbaar dat ik hier sta, dat ik lach. Dat mijn hart vol en open is en klaar voor avontuur.

Dankbaar voor zoveel lieve mensen om mij heen. Mijn ouders, die mijn twin pillars zijn. Over liefde gesproken zeg, lieve papa en mama… Ik weet niet waar jullie het allemaal vandaan halen ❤ . Dankbaar voor vrienden, die mij vanuit alle hoeken van het land weten te vinden. Hard times will always reveal true friends, zeggen ze. Ik heb die klote-les niet hoeven leren. En dat komt door jullie lieve schatten, met jullie harten van goud.

Dankbaar voor mijn knappe, dappere, slimme broertje, die de eerste was aan wie ik vertelde dat ik en X gingen scheiden.

Dankbaar voor mijn lieve buren. Dat jullie andijvie voor mijn konijnen brengen, spontaan aanbellen voor een praatje of een knuffel, helpen met het tillen van mijn nieuwe matras, lieve kaartjes sturen. En dat terwijl jullie er zelf ook hele volle, drukke levens op nahouden. Een goede buur is beter dan een verre vriend, zeggen ze. En ik, ontzettende mazzelaar die ik ben, heb er een paar ❤

Dankbaar dat X en ik elkaar niet de tent uitvechten. En meer dankbaar dan bezorgd dat we nog zoveel van elkaar houden.

Dankbaar voor het medeleven van mijn collega’s. Dankbaar voor mijn fijne, openminded therapeut.

Dankbaar voor delen, dankbaar voor connectie. Dankbaar voor jullie lieve, mooie woorden onder mijn stukjes.

Dankbaar, verbluft en humbled dat ik zoveel Liefde mag ontvangen.

Advertisements

Het begin van het einde

“Misschien is het goed voor je om even het huis uit te gaan.” Ik spreek de woorden uit voordat ik het door heb. Jij kijkt verrast op. Aan de manier waarop je verrast bent, merk ik dat je ergens al langer erop wacht dat ik deze woorden zeg.

“Goed om je hoofd leeg te maken, voor jezelf om na te denken over wat je wil. En te ontdekken of je mij mist. Of niet.” Zo besluit ik mijn praatje.

We rijden weer eens in de auto. Op de een of andere manier doen we dat altijd als we een rampzalig moment samen hebben beleefd. Het kalmeert ons beiden. We praten over kleine dingen. Muziek die we mooi vinden, grappige dingen die we hebben gelezen, gebeurtenissen op werk. Dat ik toch over de slechte staat van onze relatie begin is eigenlijk taboe, maar de woorden hebben mijn mond al verlaten en ik kan maar beter doorzetten. The best way out is always through  Robert Frost. 

“Daar zit misschien wel iets in.” Zo zeg jij.

Onze meest recente gesprekken waren catastrofaal . Ik denk dat ik dingen helder uitleg en zelfs dat we ergens landen, waar we de volgende keer op kunnen doorgaan. Om dan bij het volgende gesprek erachter te komen dat het helemaal niet zo was. Dat het helemaal niks uit heeft gemaakt, of dingen zelfs erger heeft gemaakt. Je blijft me vragen naar het Waarom. Waarom wil en doe ik bepaalde dingen zoals ik ze wil en doe. Voor mijn gevoel klink ik als een gebroken platenspeler en zeg ik steeds hetzelfde. En niks van wat ik zeg, geeft jou het antwoord waar je op blijft wachten. Nadat ik weer uit onmacht in tranen ben uitgebarsten en compleet ben dichtgeklapt, stel jij met een door tranen verstikte stem voor om de auto in te stappen. En daar doe ik, na een uur rondrijden, aan jou het voorstel om even het huis uit te gaan.

Bij thuiskomst zitten we samen in het donker op de bank. Jij omhelst me. Vraagt of je met me mag bidden. Ik stem toe. Halverwege jouw gebed begin je te huilen en pak je me stevig vast. “Het voelt als een afscheid,” stamel je. In mijn hoofd kan ik daar niet bij. Het is geen afscheid. Je gaat me missen. We nemen even wat ruimte en gaan daarna weer met goede, frisse, moed door. Ik ga nadenken over een nieuwe manier om aan je uit te leggen wat er in mij omgaat, zodat je het wel begrijpt. Ik ben redelijk goed met woorden. Ik ga de magische formule en volgorde wel vinden zodat ik hem uit kan spreken, zodat je mij weer ziet. Echt ziet. En weer bij me terug kan komen.

Binnen tien minuten heb je een Albert Heijn kratje gepakt met daarin alles wat je mee wil nemen voor de komende periode bij je ouders. Bij de deur draai je je nog even om. “Slaap zal niet makkelijk komen vannacht, maar laten we allebei proberen wat te rusten.” Ik zit op de bank. Knik. Doe alles wat ik kan om niet in tranen uit te barsten in jouw bijzijn. Want als ik ga huilen, dan ga je niet weg. Omwille van mij. Maar ik zie je ineens helder. Je hebt er zo’n behoefte aan om weg te gaan. Weg uit dit huis waar je nooit gelukkig bent geworden. Maar ook weg van mij. De persoon die jou herinnert aan je mooiste geluk en je diepste verdriet tegelijkertijd. Het geeft je teveel verwarring en het doet je teveel verdriet om bij mij te zijn. En ik… ik wil je alles geven wat je wil. Het lukt mij om mezelf lang genoeg groot te houden; het laatste wat je ziet is mijn glimlach. De deur sluit zachtjes achter je. Zachtjes beginnen de tranen te stromen.

Je miste me niet genoeg. Ik vond de toverspreuk niet op tijd. Misschien was hij er nooit. Drie maanden later kwam je langs om me te vertellen dat je wilde scheiden.

This is the way the world ends. Not with a bang, but with a whimper.
T.S. Eliot 

Wayfarers

Toen ik op de middelbare school zat, raakte ik geobsedeerd van het idee een Wayfarer-zonnebril te hebben. En dat alles door het liedje van Don Henley – Boys Of Summer. We gingen met scouting iedere zomer op kamp. In de zon, op de fiets. Op de achterbank van auto’s meezingen met de radio. ‘s Avonds met z’n allen rond het kampvuur. ‘s Nachts de jongens die stiekem onze tent in kropen. Maar het was allemaal heel onschuldig. En vooral zorgeloos. Een grote, gelukkige hippy-esque bende.

Boys Of Summer herinnerde mij steevast aan de zomerkampen en bracht (en brengt nog steeds) een heerlijk nostalgisch gevoel in mijn voort. En de Wayfarer ook, omdat die in het nummer zat.

Uiteindelijk heb ik nog een paar jaar gewacht (want ik vond ze toch wel aan de prijs) en uiteindelijk in het tweede jaar van de universiteit een zwarte versie gekocht. Hij heeft mij niet vergezeld naar scoutingkampen, ik vond mezelf daar inmiddels iets te oud voor, maar wel naar verschillende andere landen. China beet de spits af. En het was geweldig. Met iedere reis die volgde, werd mijn Wayfarer van steeds grotere waarde voor mij. Hij mocht mij vergezellen op zoveel verschillende avonturen. De zonnebril werd een stukje vertrouwd dat ik van huis meenam en altijd bij me had. En de enige bril die ik nog wilde dragen.

Mijn X en ik hadden 2 jaar een relatie toen ik hem kocht en ik droeg hem al 4 jaar overal mee naartoe voordat we trouwden in 2012.

We gingen in het najaar van 2016 een weekje op vakantie. Naar Gran Canaria. Er zaten wel een paar goede dagen en hele goede momenten tussen, maar het ging over het algemeen niet best. Tijdens weer een dieptepunt pakte ik zonder erbij na te denken mijn zonnebril. Een gedachte schoot door mijn hoofd: Deze bril gaat mijn huwelijk nog overleven. Een knoop in mijn maag. De man met wie ik zoveel eerste keren heb meegemaakt, van wie ik zoveel houd, die al mijn geheimen kent, gaat het afleggen tegen een zwarte zonnebril.

Voor onze vakantie in 2017 kocht ik voor het eerst in 9 jaar een nieuwe zonnebril. Geen Wayfarer. Onder het nom van: na al die tijd mag er ook wel iets nieuws komen. Maar ik wist diep van binnen wel beter: ik was geraakt door een gedachte in 2016, maar het voelde allemaal zo onzinnig dat ik het met niemand durfde te delen.

Het mag geen verrassing zijn dat je een huwelijk niet kan redden met het kopen van een nieuwe zonnebril. En na de scheiding kwam een nieuwe gedachte: Ik ben langer de eigenaar van een Wayfarer dan dat ik de burgerlijke status ‘getrouwd’ heb gehad. 

De derde en laatste klap komt nog. Ik ben zuinig op mijn spulletjes, dus het is een kwestie van wachten op de volgende gedachte die zich alweer op aan het dringen is: De Wayfarer maakt langer deel uit van mijn dagelijkse leven dan dat X heeft gedaan.

Domme gedachten van een dom meisje. Ze betekenen niks. Maar toch weer die knoop in mijn maag. En hoewel hij er helemaal.niks aan kan doen, en er nog net zo mooi uitziet als toen ik hem 10 jaar geleden voor het eerst zag, weet ik dat ik deze specifieke zonnebril, die mij ooit zo dierbaar was, niet meer ga dragen.

I can see you
Your brown skin shining in the sun
You got your hair slicked back and those
Wayfarers on, baby
I can tell you my love for you will still be strong
After the boys of summer have gone
Don Henley 

 

 

Van begin tot eind

Ik weet nog de eerste keer dat we elkaar zagen. Op de universiteit. Het werkcollege was al begonnen en je zwaaide de deur open. Je dansende, donkere krulhaar. De weken erna regelmatig oogcontact, naar elkaar lachen. Een voorzichtig gesprek in de tentamenperiode voor kerst. Samen avondeten in de mensa. Vlinders in mijn buik in de trein op weg naar huis. Jij die een paar weekjes later ‘spontaan’ met me meereed naar Eindhoven, terwijl je eigenlijk de totaal andere kant op moest. Samen in een opwelling besluiten daar naar de film te gaan. The pursuit of happyness. Je boog je met een vanzelfsprekendheid naar mij toe om mij op mijn lippen te kussen toen we afscheid namen op het station. Ik zwevend in de trein; ik had geluk gevonden.

Meer dates volgden. Etentjes, bezoekjes aan pretparken, bezoekjes aan de dierentuin. Hand in hand wandelen door verschillende steden. Een relatie volgde. Mijn eerste relatie ooit en enige relatie tot nu toe. Alle eerste keren waren met jou. Uren samen met iemand op bed liggen, knuffelen, kletsen, huilen, lachen. Urenlang aan de telefoon hangen, onze ouders tot wanhoop drijvend. Daarover gesproken: Meeting the parents, oh so big. Maar wat heb ik een geluk gehad dat juist zij mijn schoonouders werden, al mocht het niet zo blijven.

We stuurden talloze sms’jes naar elkaar. Voor langere berichten stuurden we e-mails, of schreven we brieven. E-mails en brieven verdwenen van het toneel toen de smartphone geïntroduceerd werd en wij proefden van het gemak om onbeperkt pings te sturen op de Blackberry en appjes via Whatsapp.

We waren elkaars grootste confidanten, elkaars speelkameraadje, elkaars beste maatje. Zo brachten we samen onze studententijd door, afstuderen. Toen eerst het vinden van een baan. Daarna het opgeven van de baan in ruil voor een baan waar we wel gelukkig mee waren. Toen een huwelijksaanzoek. Een prachtige trouwdag met een onwijs mooi feest. Met als kers op de taart een heerlijke reis naar Rome. Toen Parijs. En toen Azië. Maar onze eigen wereld, ons plekje op aarde was de kleine flat. In een klein complex. Tegenover een supermarkt.

Hoeveel ik er ook over nadenk, ik kan de vinger er niet opleggen waar we elkaar kwijtraakten. Maar het gebeurde. We bleven vastklampen aan het moois dat er nog was. Maar het moois werd steeds minder. Fouten werden gemaakt. Vertrouwen werd beschadigd. Verdriet kwam in ons leven.

Na al twee jaar getrouwd zijn werd de kleine flat een groot huis. Het Grote Huis Waar We Geluk Niet Terug Hebben Gevonden, ondanks dat we het drie jaar lang hebben geprobeerd. Begin dit jaar pakte je een koffer om te vertrekken. In het begin voor ruimte, maar ruimte werd een definitief afscheid. Onze pursuit of happyness was voorbij.

En een nieuwe periode breekt aan. Van rouwen. Van afscheid nemen. Van afkicken zogezegd. Want een relatie is een verslaving, zoals een collega me zo mooi vertelde. De routine. De dans, die je samen ontwikkelt, eigen maakt en uiteindelijk bijna tot in perfectie uitvoert. Dag in, dag uit. En op een dag was dat weg.

Een periode van jezelf hervinden. En een nieuwe balans met elkaar. Want wij willen een transitie maken. Van geliefden, die elkaars hart hebben gebroken, naar vrienden. Niet makkelijk. Maar ‘makkelijk’ voelt voor ons al heel lang aan als ongemakkelijk. We zijn er inmiddels aan gewend geraakt om te vechten. Laten we dan tot slot hier voor vechten.

In het begin ging het stroef. Woorden in emotie. Geraakt worden. Onze band liep schade op. Ik vroeg toch om meer afstand. Jij respecteerde mijn verzoek. Langzaam ging het beter. Onze scheiding is heel erg soepel verlopen. Zaken bij de bank en notaris lopen minstens net zo soepel.

Het contact op Whatsapp ging van haast alles wat in je opkomt delen, naar bijna radiostilte toen het besluit om uit elkaar te gaan dichter en dichterbij kwam, naar beleefd contact over zakelijke dingen, naar weer voorzichtig persoonlijk contact. Grapjes, elkaar plagen. Lachen. Af en toe een emotioneel bericht, wat door de ontvanger steevast op wordt gevolgd met een telefoontje. Checken of het gaat, tijd nemen om te luisteren. Laat de ander zijn/haar hart luchten. Perspectief bieden en altijd troost. Uiteindelijk zaten we beiden in deze relatie. En hoewel we allebei graag zouden willen uitzoeken wat er in hemelsnaam zo heeft kunnen misgaan tussen twee mensen die nog steeds heel veel van elkaar houden, hebben we er langzaam steeds meer vrede mee dat we het echte antwoord misschien wel nooit zullen vinden. En verplaatsen we onze aandacht meer en meer naar onze eigen individuele pursuit of happyness, het beste voor elkaar willen en daar ook actief in investeren. Ik merk tot mijn verbazing en schaamte dat ik beter communiceer met jou in deze ‘vriendschap’ dan in de afgelopen drie jaar van ons huwelijk.

Nu hebben we plannen om eens per maand een hapje te eten samen. De eerste test-run hebben we al gedaan. Jij kwam helemaal in het nieuw, inclusief een baard in de maak, die je niet had toen we getrouwd waren. Ik kwam oud-vertrouwd, wat bij jou dingen triggerde. Mental note to self: volgende keer een outfit aantrekken die hij nog nooit heeft gezien. Al doende leert men zeggen ze.

Misschien is dit toch niet het einde voor ons. Misschien is dit een nieuw begin. Ons huwelijk is voorbij. Maar ik durf heel voorzichtig te hopen dat we een nieuw hoofdstuk als vrienden mogen gaan schrijven.