Taiwan in foto’s

18 oktober 2018: Mijn eerste volle dag in Taiwan. De vorige avond laat arriveerde ik in Hsinchu. Nog met flinke last van jetlag maakte ik een wandeling door de stad en belandde uiteindelijk in een bus op weg naar de haven. Voorin zaten aandoenlijke, oude dames uitgebreid en luid te kletsen en te lachen. Ze klonken opgetogen nerveus, omdat ze niet helemaal door hadden hoe de chipkaart voor het openbaar vervoer werkte. Ik voelde de bus brommen onder mijn schoenzolen. Bij iedere halte werd een vrolijk muziekje afgespeeld (dat doen de bussen daar soms). Ik zat een beetje achterin, met mijn hoofdtelefoon op, de muziek zachtjes aan om zo min mogelijk te missen van mijn omgeving. En van de stem binnenin mij die vertelde dat het helemaal goed ging komen.

Veel nieuwe vrienden, 10 treinritten, 5 geweldige hikes, talloze prachtige foto’s, 100 momenten waarop ik het ontzettend leuk met mezelf had alleen, 1 auto-ongeluk en 500 lekkere hapjes later kan ik het beamen: het is helemaal goed gekomen.

Bij de haven van Hsinchu huurde ik een fiets om de zonsondergang te volgen.
De Night Market van Hsinchu

Neiwan Old Street
Hukou Old Street
Met mijn broertje in Taroko Gorge – hij had een paar dagen vrij 🙂
Een van de watervallen van de Baiyang Trail
Zhuilu Old Trail
Eternal Spring Shrine
Uitzicht over Sun Moon Lake, op de laatste dag van de vakantie
Halloween feestje 🙂

Met een meisje dat ik in het vliegtuig had ontmoet, sprak ik in Taipei af om daar de Elephant Mountain te beklimmen, voor een mooi uitzicht over de stad en uiteraard Taipei 101

Taco date 😀
Een bezoek aan Frog Mountain, mijn broertje en zijn collega’s hadden weer een paar dagen vrij 🙂
Fietsen rond Sun Moon Lake
River tracing langs de Meihwa watervallen
In Sun Moon Lake hebben we ook gewacht totdat de zon onder begon te gaan

 

Advertisements

Tattoo

Rond mijn 16e wist ik het ergens al: ik zou ooit een tatoeage hebben. Waar ik die gedachte op baseerde, wist ik niet. Het permanente van een tatoeage trok mij namelijk totaal niet aan. Ik kon echt niks bedenken wat ik de rest van mijn leven in inkt op mijn huid zou willen hebben.

Naarmate ik ouder werd, kwam de gedachte af en toe nog wel eens terug: er komt een tattoo op jouw huid. Heel raar. Want nog steeds kon ik niks bedenken wat ik mooi genoeg zou vinden. En ik vind tatoeages op zich niet lelijk, en bij andere mensen zelfs heel mooi. Alleen bij mezelf, tja. Nee.

Een paar jaar geleden, op vakantie in Gran Canaria, kreeg ik voor de grap een plaatje op de achterkant van mijn schouder geplakt. Zo’n nep tatoeage die vroeger bij de kauwgom zat. Een bloemetje. Erg mooi. Maar ook wel fijn dat hij niet langer dan een paar weken bleef zitten. Toen was ik het wel weer zat. Zie je nou wel? zei ik tegen de gedachte. Een tattoo is niks voor mij.

Jawel zei de gedachte terug. Eens ga je een tattoo nemen. 

En toen was het januari 2018. Ik had net een hele belangrijke levensles geleerd. Over mezelf. Over hoe ik met situaties omging. Ik had net met heel veel pijn en moeite voor het eerst van mijn leven een heel oud patroon bij mezelf doorbroken en was weggeblazen, verbaasd en verrukt over de groei die ik daardoor maakte. Ik beloofde mezelf dat ik deze les nooit meer wilde vergeten, maar was als de dood dat ik weer zou wegglijden in oud vertrouwd gedrag.

En toen viel langzaam alles op zijn plek. Ik heb dat 8-9 maanden lang laten gebeuren. Maar al snel werd duidelijk wat een tattoo voor mij zou kunnen betekenen. En al snel kreeg ik een heel vastomlijnd idee van hoe hij eruit zou kunnen komen te zien. De locatie was ook bijna meteen duidelijk. Weg gingen alle ideetjes over de rug, of zijkant. Het moest een plek zijn waar ik hem iedere dag hard en goed tegen zou komen.

Ik vond het een hele persoonlijke beslissing en ik wilde hem daarom ook graag heel persoonlijk maken. Zonder meningen of ideeën van buitenaf. De enige persoon die ik het vertelde was een goede vriendin, zij stelde me ook voor aan de tattoo artist die hem uiteindelijk zou zetten.

In de aanloop naar de afspraak gebeurde er iets geks. Iedere keer als ik naar de plek staarde waar de tattoo zou komen, voelde deze een beetje kaal aan. Dat was eigenlijk voor mij de allerlaatste bevestiging dat het ging gebeuren.

Op 18 september 2018 meldde ik me samen met mijn vriendin bij de tattoo zaak. Die dag had ik het alleen nog aan mijn broertje en een andere goede vriendin verteld. Echt als mededeling, niet meer als iets waar ik nog over na aan het denken was. En oja, ik vertelde het ook aan een van de mannen die ik aan het daten was. Daar moet ik met mezelf nog even een gesprekje over voeren, waarom ik dat nodig vond :$

Bij het zien van het ontwerp, speciaal voor mij gemaakt, moest ik wel weer even slikken bij het idee dat het zo permanent was. Ook voelde er iets off aan het ontwerp. Mijn vriendin zag mijn twijfel en sprak mij erop aan. Wat ben ik blij dat ik haar had meegenomen. Ik stelde een kleine aanpassing voor, gewoon op gevoel. Het meisje dat de tatoeage zou gaan zetten stelde zich heel erg flexibel op en ging meteen aan de slag voor mij. En bij het zien van het aangepaste ontwerp wist ik het meteen: daar ben je dus.

Nu siert hij de binnenkant van mijn linker onderarm. Mijn tatoeage. Persoonlijk. Helemaal voor mij. Alsof hij er altijd heeft gezeten. Wijdt zich enthousiast aan zijn taak om mij te blijven herinneren aan mijn Grote Levensles.

Ik kijk om naar het meisje van 16 die ik toen was, toen de gedachte mij voor het eerst bezocht. En geef haar een glimlach en een dikke knipoog. De cirkel is eindelijk, 14 jaar later, rond. Wat ironisch is, omdat er twee cirkels in de tattoo zijn verwerkt :’).

img_0085

De kamer met de altijd dichte deur

Er is een kamer in het huis waarvan de deur tegenwoordig altijd dicht is. In het huis is op het eerste gezicht tegenwoordig geen fysiek bewijs meer te vinden van dat ik ooit getrouwd ben geweest. Oké, op zijn account op de Playstation 4 en een verdwaalde brief van een pensioenfonds over onze scheiding na dan. Het laat zich niet moeilijk raden waar de overige fysieke memento’s zijn gebleven.

De kamer was nooit echt in gebruik en is uiteindelijk getransformeerd tot een soort rommelhok. In de aanloop naar de scheiding heeft X er ooit een keer een halve middag besteed in een poging orde op zaken te stellen. Hij raakte toen zo overspoeld door alle herinneringen die werden getriggerd door diverse spullen dat hij naar eigen zeggen de hele tijd heeft gehuild. Hij heeft ze dan ook bij mij gelaten in de scheiding. Aan mij dus de nobele taak om de laatste tastbare herinneringen aan een relatie van 11 jaar te preserveren en gaaf te houden. Maar ook voor mij, de bikkel van ons tweetjes, is het een stap-voor-stap proces.

De kamer huist, behalve ons oude bed, een bijzondere collectie van vergeten passies, nostalgische boeken, dvd’s en cd’s, foto-albums, geschreven herinneringen en op het eerste oog onschuldige, zakelijk saai ogende spullen die toch hele heftige emoties triggeren. Pijn. Een verdrietige vibe voel ik als ik de kamer in stap. En daarom kom ik er niet graag. Ik heb alles opgeruimd, een plekje gegeven in de Billy boekenkast in de hoek. Wie wil kan een rondleiding krijgen in ons ‘Museum van verdriet’. Inclusief persoonlijk verhaal van de gids bij de tentoongestelde voorwerpen.

Maar er komt een einde aan. Ik heb mezelf namelijk beloofd om dit prachtigmooie huis een eerlijke kans te geven. En dat doe ik natuurlijk niet als ik een kamer zodanig inricht dat ook stoere ik regelmatig mijn tranen moet verbijten als ik binnenstap.

Daarom staat mijn sporttas in de kamer. Zodat ik er toch iedere week even binnenkom. En mezelf dwing om na te denken over wat ik wél met de kamer wil. Een logeerkamer ervan maken? Maar zoveel loges zal ik niet krijgen en dan kom ik er alsnog amper…  En bovendien, misschien voelt zo’n loge de verdrietige vibe ook? Het laatste wat ik wil is mijn gasten traumatiseren. Een ander voorstel dan. Langzaam vormt zich het idee om een kamer te maken helemaal voor mij alleen. Met dingen erin die ik supercool vind. En ik merk dat het idee mij blij maakt.

Dus dat is het plan: een kamer maken waar ik zeker weten enthousiast van word. Waarvan de deur niet meer dichtgaat. En de vibe gewoon blij is. Maar… ook hier weer stap voor stap te werk gaan. Want ik word niet bepaald enthousiast van ons trouwalbum dat mij daar verward en verdrietig staat aan het kijken, maar ik ben er toch ook nog niet klaar voor om het nu al in een doos op zolder weg te stoppen.

Je kan jezelf niet dwingen om blij te worden als je nog niet helemaal klaar bent met verdrietig zijn.

 

 

Wennen

Waar ik het meest aan moest wennen toen X en ik uit elkaar gingen, was alleen zijn. Vanaf mijn 18e was ik zelden tot nooit alleen. Met huisgenoten tijdens mijn studie en X na mijn studie, was het misschien hooguit een dag of twee per keer die ik in mijn eentje moest vullen.

In het begin vond ik het vreselijk. Ik heb mezelf min of meer gedwongen om helemaal in de eenzaamheid te duiken, want ik moest er vroeg of laat toch wel aan geloven. Dus maar zo vroeg mogelijk. En zo kwam het dat ik avonden en weekenden alleen met mijn ziel onder mijn arm door het huis sukkelde. In tranen, of compleet apathisch. Als ik terugkijk op die periode, moet ik wel een beetje gniffelen om hoe dramatisch ik bezig was, maar ik herinner me heus wel dat ik het echt heel tragisch vond. Het voelde als cold turkey afkicken. Geen menselijk kacheltje naast me in bed, niemand om mijn ei te pas en te onpas bij te dumpen. Mijn eerste gesprek van de dag pas hebben als ik op werk aankom.

Langzaam ging ik beseffen dat er ook wel wat voordelen zitten aan alleen zijn. Mijn favoriete muziek lekker hard aanzetten. Alles in mijn eigen ritme doen. Opruimen als ik daar zin in heb.

En toen ik er eenmaal achter was dat ikzelf toch ook wel een leuk persoon ben, ging ik steeds vaker en liever tijd met mezelf doorbrengen. Met mijn camera op pad, plaatjes schieten. Lachen om mijn eigen grapjes. Tegen mezelf praten. Kan mij het schelen. Ik heb onwijs veel lol met mezelf.

Het is echt leuk geworden. Alle dingen.die.ik.nog.nooit.eerder.zelf.gedaan.heb, zoals verzekeringen, de bandenspanning van mijn auto regelen, veranderden van enge obstakels in bergen met zelfvertrouwen zodra ik ze eenmaal overwonnen had.

En sinds Red Dead Redemption 2 uit is, in combinatie met dit weer, kan ik niet echt meer een reden bedenken waarom ik het huis uit zou willen gaan.

Alleen slapen is heerlijk. Zo gewend ben ik eraan, dat toen voor het eerst weer een keer een man bleef slapen (over mijn date verhalen later meer) ik me niet echt raad wist. Uren achter elkaar lag ik wakker naast hem, naar zijn zachte gesnurk te luisteren. Schapen tellen, streng tegen mezelf zeggen dat ik me niet zo aan moest stellen; ik weet toch dondersgoed hoe het is om naast iemand te slapen… niks hielp om in slaap te vallen.

En zo slijt ik mijn dagen tegenwoordig het liefst. Gamen, lezen, schrijven, wandelen. De dingen doen die ik graag doe. Glimlachen om appjes die binnenkomen van mensen, waaruit blijkt dat ze aan me denken. En dan lekker verder schuifelen in mijn huis, ja, het huis dat inmiddels helemaal van mij is <3. Aan het eind van de dag in het midden van mijn bed slapen. Alleen.

Ik ben gewend aan alleen zijn.

Maar eerlijk is eerlijk. Als ik op een appje van een vriendin antwoord met de vraag of we ergens een hapje zullen eten en we vervolgens drie uur lang goede gesprekken hebben en veel lachen. Als ik met roze wangetjes terugkom van een heerlijke paardrijles met allemaal leuke mensen. Als een jongen uit de kicksboks jeugd mij 16 schat en echt niet kan geloven dat ik 30 ben en ik naar die tieners kijk en mijn hart voel uitzetten (zo prachtig jong! met nog zoveel te ontdekken van het leven!), dan moet ik toch aan mezelf bekennen: ik ben een heel leuk persoon, maar laat me niet teveel wennen aan de eenzaamheid.

Go for it

“Omg gaan we dit echt doen? 😃😃” app ik naar mijn broertje.

“Ja tuurlijk” appt hij terug.

Het begon een uur geleden met een gifje dat ik voor hem heb gemaakt van onze reis naar Taiwan jaren geleden, omdat hij daar nu op werkreis is. Daarna spreek ik de wens naar hem uit om nog een keer terug te willen gaan. Vervolgens gooit hij een serieuze uitnodiging naar mij toe om zo snel mogelijk een vlucht te boeken nu hij nog daar is. In oktober. Als in: deze maand nog.

Snel schakelen. Oriënteren, zou het mogelijk zijn? Het blijkt mogelijk. Vakantiedagen zat, want ik ben nog helemaal niet weg geweest. Iedereen op werk reageert enthousiast. Geen visum nodig. Mijn paspoort voldoet nog aan de eisen. Ik vind een vlucht voor een leuke prijs, bij een maatschappij waar je nota bene ook nog van tevoren kan aangeven dat je een vegetarische maaltijd wil hebben.

En dan blijkt er nog maar één ding af te strepen: opvang voor mijn konijntjes. Maar ook dat vindt zijn weg. Bij mijn moeder. Die mij helemaal blij opbelt.

“Je gaat weer reisjes plannen! Het gaat weer echt goed met je.”

“Het gaat gewoon nog gebeuren ook hey 🤣”app ik naar hem.

“Ja tuurlijk”
“Is toch makkelijk”
“Alleen maar ticket regelen”
krijg ik terug.

Als ik een dag later in de paskamer van de winkel sta om nog wat lange sportbroeken te passen, komen mijn boekingsbevestiging en het e-ticket binnen. Hoewel ik wel blij een paar keer op en neer spring, dringt het nog niet helemaal door. Het besef komt pas binnen als ik een uur later in de outdoor-zaak mijn nieuwe wandelschoenen uittest en ondertussen bij de Northface-afdeling een regenjas uitzoek die wel tegen een stootje kan. Voor de hikes die ik daar wil maken.

Een vlucht geboekt voor 1 persoon. Voor het eerst in mijn leven. Spontaan. Echt gedaan.

Vlinders.

Het gifje waar het allemaal mee begon.

Als deze blog wordt gepost ben ik net weer thuis. Reisverhalen volgen nog! 🙂

Twix

Toen X bijna drie maanden het huis uit was, kreeg ik een bericht van iets waar ik al een tijdje mee bezig was: de konijnenopvang vlakbij mijn huis deelde me mee dat ik een koppel konijntjes mocht adopteren. Het zit namelijk zo: konijnen zijn eigenlijk heel verkeerd begrepen huisdieren. Ze zien er schattig en knuffelbaar uit. En doordat ze zo klein zijn, denken mensen ook dat ze low maintenance zijn en ‘gezellig’ de hele dag in een hokje mogen zitten. Het valt allemaal vies tegen. Konijnen houden doorgaans niet zo van knuffelen en opgepakt worden. Het zijn namelijk prooidieren en hun instinct denkt nog steeds dat ze worden opgepakt door een roofvogel als hun pootjes van de grond gaan. Daarnaast hebben konijnen ontzettend veel beweging nodig. En ook moeten konijnen met een maatje zijn. De hele dag alleen in een hok zitten is rampzalig voor ze. Het gevolg: veel mensen gooien de handdoek in de ring en daardoor ontstaan overvolle konijnen asiels. Omdat ik dat zo zielig vond en ik toch best een grote achtertuin heb, bedacht ik me dat ik best wel twee konijntjes onder mijn hoede kon nemen. Ik had als kind zijnde ook een konijntje gehad (ook al kreeg dat konijn heel veel vrijheid, met de wetenschap van nu weten we dat konijnen altijd een maatje nodig hebben en niet alleen gehouden mogen worden) en die was bijna 10 geworden. Ik had er dus wel vertrouwen in dat ik dit moest kunnen doen.

IMG_5990

En zo kwamen Bounty en Twix. Ik was al hun derde huisje. En ze waren allebei natuurlijk heel bang en timide. Maar wel ontzettend lief. Met heel veel geduld en alle liefde die ik kon geven (ik had niet echt meer iemand anders om het aan te geven :’)), probeerde ik ze vertrouwen te geven. Vertrouwen in mij, vertrouwen in het feit dat ze hier veilig waren, vertrouwen dat ze de rest van hun leven bij mij mogen blijven en hopelijk daarmee ook vertrouwen in hunzelf. Vertrouwen om te ontdekken en konijn te zijn.

Na twee maandjes van ze geruststellen met een vaste routine (ze wisten precies wanneer ze welk eten kregen), kwamen ze al een beetje meer los. Werden ze ietsje moediger. En toen werd Twix ziek. Heel erg ziek. Het was gas. “Zijn prognose is niet best,” vertelde de dierenarts me, voordat ze hem van me overnam om hem in de couveuse te leggen. Ondanks dat zowel zij als de eigenaar van de konijnenopvang me ervan verzekerden dat ik er niks aan kon doen, dat ik juist alles eraan gedaan had om zijn leven te redden, door meteen symptomen bij hem op te merken op basis van alles wat ik had gelezen (hij lag veel en stormde niet op zijn brokjes af), was ik ontroostbaar en zo teleurgesteld in mezelf. En de reden lag natuurlijk bij mijn eigen emotionele kwetsbaarheid: dit was de eerste echte verantwoordelijkheid die ik was aangegaan zonder mijn X. En waar had dat toe geleid: Twix was onder mijn zorg in levensgevaar gekomen. En bij konijntjes kan het dan nogal snel gaan.

En mijn hart brak keihard toen de dierenarts Twix ging onderzoeken. Hij stond tijdens het onderzoek rechtop op zijn achterpootjes op de behandeltafel, met zijn voorpootjes uitgestrekt naar mijn borst. Hij kroop zo helemaal weg in mijn armen, met zijn kopje in mijn nek, terwijl de dierenarts hem onderzocht. Dat had hij tot dan toe nooit gedaan. Hij was simpelweg doodsbang en klampte zich vast aan het enige vertrouwde dat hij in die ruimte kende: mij. Ik werd zo hard geraakt door het besef dat ik in zijn ogen alles was wat hij had. De persoon die hem zijn eten bracht. Die hem in leven hield. En ik was hem aan het falen.

IMG_6025
Na de dwangvoeding thuis
IMG_6027
Deze foto maakte ik voor de opvang. We gingen ons klaarmaken om voor de tweede keer naar de dierenarts te gaan, waar hij de couveuse in zou gaan. Het ging hier echt niet goed. Bounty probeert haar lichaamswarmte aan hem af te geven, want hij was flink af aan het koelen.

Die avond ging ik nog even langs om hem zijn lievelingseten te brengen. Kruiden en wortels. Hij had die dag nog niet willen eten of poepen. ‘s Avonds keek ik tot laat naar Bounty, in haar eentje in de grote ren.

Die nacht maakte Twix wonderbaarlijk genoeg een volledig herstel in zijn kleine couveuse. Ik werd de volgende ochtend door een jubelende assistent gebeld dat al zijn eten op was, er poepjes lagen en dat hij als een gek rond aan het springen was. Ik huilde van geluk en heb ze duizend keer bedankt voor alles wat ze voor hem hebben gedaan. Bij het meenemen kreeg ik het bericht: “Hij is weer helemaal de oude hoor!”

Twix bleek bij thuiskomst echter niet meer de oude. Hij at en dronk nog net zo gulzig als vanouds, maar hij leek opeens te leven zonder angst. Hij sprong op de tuinmeubelen. Hij rende rond. Hij kwam naar mij toe om aaitjes in ontvangst te nemen. En ging ‘gezellig’ bij de buren op bezoek, terwijl die een hond hebben. Panisch stond ik aan de andere kant van hek tegen hem te roepen dat hij als de sodemieter terug moest komen. Wonder boven wonder kwam hij braaf terug hoppen en keek me daarbij aan met een blik die zoiets had kunnen zeggen als: “Dame, ik heb de dood in de ogen aangekeken. Je denkt toch niet dat een hónd mij wat kan maken?”

IMG_E5938

Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk op Bounty. Tegenwoordig staan er overal hekjes om ervoor te zorgen dat ze hun gezamenlijke ontdekkingstochten tot de achtertuin beperken. Ik word geassocieerd met een ‘all you can eat buffet’. Ze achtervolgen me door de tuin in de hoop dat er wat lekkers komt. En de tuin… is een ravage doordat Bounty helemaal gek is van graven. Mijn wens voor hun was al drie maanden nadat ze hier zijn komen wonen uitgekomen: ze voelen zich vrij om zich als echte konijnen te gedragen. Nieuwsgierig, vrolijk en vol energie. En met een enorme sloopdrang :’).

Aanvankelijk was ik vooral heel erg blij voor Twix, maar nu alweer een paar maanden later, zie ik grappig genoeg de gelijkenis met mijn eigen leven. Als ik besef welke ‘reis’ ik heb gemaakt. Van gebroken en verdrietig en bang voor wat komen gaat, naar met volle enthousiasme en een open hart in het leven staan. Mijn hart is geheeld, maar ik ben niet meer het meisje geworden die ik was toen ik voor het laatst gelukkig was (in de goede tijden met mijn X). Ik ben geheeld naar een totaal ander persoon. Een persoon die ik nog niet kende. En dat is, ironisch genoeg net zoals mijn kleine bruine konijntje nu doet, een persoon die leeft zonder angst. Mijn hart is zo hard gebroken. Ik heb een groot, zwart, verdriet in de ogen gekeken en zoveel pijn gevoeld dat ik dacht dat ik erin zou blijven. Maar ik leef nog. En mijn hart bonst weer met slagen van hoop en liefde. Dus wie of wat kan mij nog wat maken?

IMG_E5983

IMG_E6545

IMG_6056

IMG_6062

You can’t win ’em all

Twee weken en drie dagen vrijgezel.

Opstaan, de dag veroveren.

Persoonlijke hygiëne is belangrijk. Was mijn gezicht, poets mijn tanden. Trek schone kleren aan. Zorg dat mijn haren glanzend en gekamd zijn.

Sla je ontbijt niet over. Een havermoutshake.

Op werk. Ik mis focus. De stemmen van mijn collega’s om mij heen vermoeien mij in plaats van dat ze mij energie geven. Ik pak mijn telefoon. Open WhatsApp. Kijk wanneer jij voor het laatst online bent geweest. Nee! Maar ik kan het niet weerstaan. Ik heb dagen niks van je gehoord, maar je was nog geen uur geleden online. Heb je met haar gesproken? Haar goedemorgen gewenst? Waar hebben jullie het over gehad? Voel je vlinders in je buik als je aan haar denkt?

Hou daarmee op. Jullie zijn uit elkaar. Hij heeft het volste recht om met anderen te daten als hij dat wil. En wie zegt dat hij met haar aan het appen is? 

Maar hoe kan hij mij dan zo snel vergeten zijn?

Mijn brein kan nog zo streng spreken, mijn emoties gaan met mij aan de haal en ik ben bye-bye.

Zijn alle rampzalige herinneringen aan mij vervangen door hoopvolle momenten met haar? De frisse start, alles is mooi. In tegenstelling tot de ruïne waarin wij stonden aan het eind van ons huwelijk. Hoe kan ik daar tegenop boksen? Tegen de schoonheid van een schone lei.

Hou op met dat doordraaien. Je bent op werk. 

Tegen wil en dank begin ik met een steen in mijn maag aan mijn memo.

Ik heb zoveel fouten gemaakt die ik niet goed kan maken. En nu ben ik hem kwijt en kan zij hem gelukkig maken.

STOP!

Te laat. Een herinnering dringt zich op: een foto van jullie twee, hoofden bij elkaar. Jullie zagen er gelukkig uit. Hebben jullie nu meer van dat soort gelukkige momenten, nu ik dan eindelijk echt uit beeld ben?

Je moet je op jezelf richten. En op je memo. En je niet druk maken om allerlei dingen waar je totaal geen controle over hebt en waarvan je bovendien niet eens weet of ze spelen. 

Zo blijf ik de rest van de dag met mezelf vechten, tussen malen en mezelf tot de orde roepen in. De strijd eindigt in gelijkspel. Beide kampen zijn afgepeigerd.

Bekaf ga ik naar huis. Mijn memo moet ik de volgende dag helemaal opnieuw herschrijven, ben ik bang.

Als je je druk maakt, dan helpt sporten om je hoofd leeg te maken. 

Ik kan vanavond niet naar onze sportschool gaan, niet naar de sportschool waar jij ook misschien zal zijn. Niet nu ik de hele dag geprobeerd heb om niet aan je te denken.

Het is belangrijk om een gezonde maaltijd te eten. Je lichaam heeft voedingsstoffen nodig om aan te sterken. 

Ik maak mijn lievelingskostje klaar. Om vervolgens geen hap door mijn keel te kunnen krijgen. Het gaat uiteindelijk de koelkast weer in.

Op de bank komen de tranen. Een gevoel van eenzaamheid en verlorenheid wikkelt zich als een laken om mij heen. Ik laat het gebeuren.

Na de huilbui stap ik heel lang onder de douche. Droog me af. Trek mijn meest knusse, warme pyjama aan. Neem mijn grote knuffelwolf in mijn armen, ook al ben ik bijna 30. Vannacht wil ik niet echt ‘alleen’ slapen. Na een laatste kop thee gaat het licht uit en kruip ik onder de dekens.

Er is altijd morgen nog.